“Reizen naar
Zambia – betrokkenheid bij AIDS.”
In onze kerk
zijn de collectes voor Vastenaktie, MEMISA of MIVA de geijkte kanalen voor hulp
aan de derde wereld. Maar er ontstaan ook allerlei nieuwe vormen van
betrokkenheid bij particuliere projecten. We spraken hierover met parochiaan
Rob Alferink, bestuurslid is bij de De Pola van der Donck stichting.
Wie is Pola
van der Donck?
De zus van een
beroemde balletdanser die in 1985 in New York is overleden aan AIDS. Toen zij
daarna met haar man op zakenreis was in Zambia, werd zij geraakt door het
massale lijden aan deze ziekte, en begon hospices op te zetten waar
AIDS-patienten menswaardig konden sterven, en weeshuizen voor kinderen die
achterbleven.
Hoe bent u
zelf bij de Pola van der Donck
stichting betrokken geraakt?
Afrika heeft ons
altijd gefascineerd. Toen we onze zaak in de reisbranche van de hand deden,
wilden mijn vrouw en ik ons graag inzetten. Een tijdje voor Mensen in Nood,
maar dat was toch wat te massaal. Een uitnodiging voor een groot gala sprak ons
niet aan. Geraakt door een uitzending van Kruispunt zochten we toen contact met
Pola van der Donck.
Hoe werkt zo’n
stichtingsbestuur?
Pola is de
drijvende kracht. Het bestuur van 6 mensen regelt samen de financiën. Daarbij
is zowel het netwerk als de ervaring uit het bedrijfsleven belangrijk – maar
ook een gezamenlijk idealisme. Het klinkt gek, maar in het bedrijfsleven is men
gewénd om te geven. En onze kosten zijn niet meer dan 5 a 6 %: wie er heen
reist, koppelt het aan een vakantie en betaalt de reis zelf.
Overigens is één
van onze bestuurders zelf besmet met HIV. Hij dacht nog maar een paar jaar te
leven te hebben, gaf zijn studie op en wilde zich inzetten voor Zambia.
Maar met AIDSremmende medicijnen kwam
er weer een min of meer gezonde toekomst in zicht – althans als je in Nederland
woont....
Hoe werkt het
project in de praktijk?
Een Indiër is de
lokale toezichthouder in Lusaka, een zeer betrouwbaar man. Gelukkig maar, we
hebben ook wel eens een teleurstellende ervaring moeten verwerken met hoge
pieten die de boel belazerden. De 3 hospices zijn inmiddels overgedragen, één
aan de regering, dat is helaas verwaarloosd, en 2 aan Poolse zusters: die
draaien perfect. Nu is er een kinderdorp met 6 huizen gebouwd waar steeds 8
weeskinderen samenleven, en er staan er nog eens 5 gepland. Er is een lagere
school, een groepje getalenteerde leerlingen mag zelfs doorleren naar de
middelbare school; er is een boerderij en een tuinderij – het project wordt
self supporting.
U bent zelf in
Zambia geweest, wat viel u op?
De voldoening van
50 mensen die dankzij het project nu hun eigen land kunnen bewerken. Er is
trouwens lokaal veel te koop. Je moet met buitenlandse hulpgoederen niet ter
plekke de handel ruïneren waar velen hun brood mee verdienen. Maar het meeste
indruk maken natuurlijk de persoonlijke verhalen, zoals van een meisje van 12
dat vertelde wat ze had meegemaakt waardoor ze nu in een AIDS-weeshuis zit.
U bent zelf
van de kerk, zet zich in voor AIDS in Afrika: wat voor reacties roept dat op?
Als dat thema
weer eens ter sprake komt, vertel ik over onze toezichthouder in Lusaka. Als
directeur van 6 fabrieken stelt hij voor al z’n werknemers gratis AIDStesten en
condooms ter beschikking. Maar geen man komt ze ophalen. Daarentegen sprak Pola
een zaal jongeren toe: “ jullie zijn een volk van prachtige mensen, wees daar
zuinig op!” Dát maakt indruk. Ook ik heb wel eens mijn vragen bij de opstelling
van de kerk. Maar dat die de schuld van de besmetting zou zijn, is te simpel.
In Zambia hebben we prima relaties met de kerk: de bisschop zit in het lokale
bestuur, en heeft de nieuwbouw ingezegend. Afrika is een zeer spiritueel
continent, als je daar als Westerling geen oog voor hebt dan is er geen echt
contact.
Wat spreekt de
mensen in Nederland zo aan in een kleinschalig project als dit?
Mensen willen
niet alleen maar gireren. Ze willen er graag iets méér aan toevoegen. Bijv.
mijn eigen beroepservaring uit de reiswereld, of vaardigheden als manager.
Mensen vinden het fijn geïnformeerd te worden hoe het verder gaat, het gevoel:
“het is ook een beetje mijn project”. Niet in paternalistische zin je
iets toe-eigenen. Maar wel een relatie, betrokkenheid hebben met deze concrete
nood in die gemeenschap. De anonimiteit van televisiedocumentaires en
journaalbeelden roept de behoefte op aan menselijke relatie: de tragedie blijft
hangen op het netvlies, mensen willen graag bijdragen aan iets wat concreet is
en volledig gaat functioneren.
En hoe wordt
een parochie erbij betrokken?
In Kampen hebben
de jongeren van “Vormen, en dan....?” duizenden euro’s verdiend voor het
kinderdorp met het bouwen van vogelhuisjes. Pola heeft zelf de cheque in
ontvangst genomen, en de parochie geinformeerd over het project. Mensen willen
graag iets doen, maar liefst in een afgebakende periode. Wel betrokkenheid,
niet al te veel gepraat.
Ik denk wel eens:
misschien zouden we in plaats van de jaarlijkse collecteroosters en levenslang
benoemde werkgroepen eens de formule kunnen proberen: dít jaar voeren we in déze parochie(s) actie voor één
concreet project, onder leiding van een speciale projectgroep.
Wat is uw
eigen relatie met de kerk - en met het geloof?
Ik ben de
voorzitter van de stuurgroep parochieverband IJsseldelta. Voor mij is vooral de
naastenliefde een belangrijke inspiratiebron bij mijn werk voor deze stichting
– en diverse andere. Maar mijn vrouw en ik, en de andere bestuursleden trouwens
ook, we houden niet van al te veel getheoretiseer hierover: de handjes moeten
wapperen om mensen te helpen. Op de dag dat men iets overmaakt, wordt het al
bedankkaartje verstuurd. Zolang we gezond zijn doen we het graag. En steeds als
er een jong vogeltje uit zo’n nestkastje piept, denk ik met vreugde aan onze
jongeren, in Kampen en in Zambia.
Heel veel dank
voor uw inzet voor mensen in nood – met grote en kleine letters!
Voor meer
informatie: www.polavanderdonck.org
, giro 8591413 of rwmalferink@planet.nl